Baarmoederhalskanker

Baarmoederhalskanker is kanker van de baarmoederhals. Een ander woord voor baarmoederhalskanker is cervixcarcinoom.

Verschillende soorten

Er zijn verschillende soorten kwaadaardige tumoren van de baarmoederhals. De meest voorkomende is het plaveiselcelcarcinoom (75%) en minder vaak het adenocarcinoom (25%).
Baarmoederhalskanker ontstaat meestal uit cellen in het overgangsgebied van de buitenbekleding (plaveiselcelcarcinoom) naar de binnenbekleding (adenocarcinoom) van de baarmoederhals.

Cijfers over baarmoederhalskanker

Per jaar krijgen zo’n 900 vrouwen de diagnose baarmoederhalskanker. De meeste van hen zijn tussen de 30 en 50 jaar oud.

Symptomen

Symptomen van baarmoederhalskanker kunnen zijn:

  • bloederige of bruinige afscheiding, buiten de gewone menstruatie om
  • bloedverlies tijdens of vlak na geslachtsgemeenschap (contactbloeding)
  • bloedverlies na de overgang

Deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben, maar zijn altijd een reden om naar de huisarts te gaan.

Vaak geeft baarmoederhalskanker geen klachten en wordt het ontdekt bij het bevolkingsonderzoek.

Risicofactoren

Baarmoederhalskanker ontstaat meestal door het humaan papillomavirus (HPV). Het HPV wordt vaak via seksueel contact overgebracht. Meestal ruimt het lichaam een HPV-infectie zelf op en merkt u er niks van. Als dat niet gebeurt, kunnen afwijkende cellen in de baarmoederhals ontstaan. U kunt dan een voorstadium van kanker krijgen, wat uiteindelijk tot baarmoederhalskanker kan leiden.

HPV-infecties zijn eigenlijk niet te voorkomen. Tegenwoordig krijgen meisjes en jongens in het jaar dat ze 10 jaar worden een vaccinatie tegen HPV aangeboden. De inenting voorkomt infectie van meerdere HPV-types.

Baarmoederhalskanker komt vaker voor bij vrouwen die roken.

DES-dochters hebben meer risico op baarmoederhalskanker dan andere vrouwen. Het gaat om een ander type baarmoederhalskanker dat niet wordt veroorzaakt door HPV.

Bevolkingsonderzoek

Vrouwen tussen de 30 en 60 in Nederland krijgen elke 5 of 10 jaar een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Bij dit bevolkingsonderzoek maakt de huisarts of de assistente een uitstrijkje. Er kan in plaats daarvan ook een zelftest worden gedaan. Met dit onderzoek kan al vroeg worden ontdekt of een vrouw baarmoederhalskanker of een voorstadium daarvan heeft. Door het opsporen en behandelen van een voorstadium kan baarmoederhalskanker voorkomen worden.

Voorstadium van baarmoederhalskanker

Een voorstadium betekent dat de cellen afwijken, maar geen kanker zijn. Afhankelijk van de weefseluitslag en een aantal persoonlijke factoren kan de arts een behandeling voorstellen:

  • lisexcisie: een stukje van de baarmoederhals wordt weggenomen met een dunne metalen lis. Dit gebeurt met plaatselijke verdoving.
  • conisatie: een stukje van de baarmoederhals wordt weggesneden. Dit gebeurt onder algehele narcose of met een ruggenprik.

Onderzoek en diagnose

Bij een voorstadium of een vermoeden van baarmoederhalskanker verwijst de huisarts u naar de gynaecoloog.

Bij de gynaecoloog

In het ziekenhuis krijgt u de volgende onderzoeken:

  • gynaecologisch onderzoek
  • colposcopie

Bij het lichamelijk onderzoek onderzoekt de gynaecoloog de buik en de in- en uitwendige geslachtsorganen. Met een spreider worden de vagina en de baarmoederhals bekeken. Vervolgens wordt een vaginaal toucher en/of een rectaal toucher gedaan.

Bij een colposcopie bekijkt de gynaecoloog de baarmoederhals met een colposcoop (loep). Tijdens dit onderzoek kan de arts met behulp van een kleine tang één stukje of enkele stukjes afwijkend weefsel wegnemen. Deze ingreep heet een biopsie.

Vindt de gynaecoloog een kwaadaardige tumor in de baarmoederhals? Dan is vaak verwijzing nodig naar een gespecialiseerd centrum. Nederland heeft een aantal erkende gynaecologische oncologische centra waar u terecht kunt voor de behandeling van baarmoederhalskanker. Het CGOA is zo’n centrum.

In een gespecialiseerd centrum

Daar stelt de gynaecoloog vast hoever de tumor zich heeft uitgebreid en of er uitzaaiingen zijn.

U kunt dan de volgende onderzoeken krijgen:

  • longfoto
  • vaginaal onderzoek, soms onder narcose
  • MRI-scan
  • PET-CT scan

Stadiumindeling

Bij baarmoederhalskanker zijn er vier stadia:

  1. de tumor zit alleen in de baarmoederhals
  2. de tumor is doorgegroeid in het steunweefsel naast de baarmoederhals of tot het bovenste deel van de vagina
  3. de tumor is verder doorgegroeid tot aan de bekkenwand en/of tot in het onderste deel van de vagina en/of er zijn uitzaaiingen in de lymfeklieren in de buik
  4. de tumor is buiten het bekken gegroeid en/of is doorgegroeid in de blaas of de endeldarm en/of er zijn uitzaaiingen in andere delen van het lichaam

Deze stadiumindeling is belangrijk voor het bepalen van de behandeling en de prognose.

Uitzaaiingen

Uitzaaiingen ontstaan vaak eerst in lymfeklieren en pas later in andere organen zoals lever en longen.

Behandeling

Is de diagnose baarmoederhalskanker gesteld? Dan zou u de volgende behandelingen kunnen krijgen:

  • operatie
  • bestraling, vaak in combinatie met chemotherapie of hyperthermie
  • chemotherapie, soms in combinatie met immunotherapie

Soms krijgt u een combinatie van deze behandelingen. Daarnaast is het soms mogelijk om deel te nemen aan een studie.

Uw behandelend arts bespreekt uw dossier met een team van gespecialiseerde artsen en verpleegkundigen. Dit heet een multidisciplinair overleg (MDO). De specialisten maken samen een behandelplan voor u. Zij gebruiken hiervoor landelijke richtlijnen. Het behandelplan wordt met u besproken en samen met uw behandelteam kunt u een weloverwogen besluit nemen.

Operatie

De eerste behandeling bij baarmoederhalskanker is vaak een operatie.
In geval van een zeer beginnende vorm van baarmoederhalskanker kan meestal een kleine ingreep worden verricht: een conisatie. Hierbij verwijdert de gynaecoloog een kegelvormig stukje van de baarmoederhals. Soms wordt dit gecombineerd met het verwijderen van lymfeklieren in de buik via een kijkbuisoperatie.

Is het stadium verder gevorderd, dan wordt de gehele baarmoeder verwijderd. Dit wordt vaak gecombineerd met het verwijderen van lymfeklieren in de buik. Het kan ook nodig zijn om een uitgebreide operatie uit te voeren, namelijk een zogenaamde Wertheim-operatie. Hierbij verwijdert de gynaecoloog de baarmoeder, het steunweefsel naast de baarmoederhals, het bovenste deel van de vagina en de lymfeklieren uit het buik. De eierstokken kunnen vaak behouden blijven. De eileiders worden wel verwijderd.

Bij vrouwen met kinderwens wordt individueel bekeken welke mogelijkheden er zijn om een goede behandeling uit te voeren met behoud van vruchtbaarheid. De mogelijkheden zijn per persoon verschillend.

Bestraling

Heeft u baarmoederhalskanker in een meer gevorderd stadium, dan krijgt u bestraling in combinatie met chemotherapie. De bestraling wordt inwendig en uitwendig gegeven.
Meestal duren de bestralingen 4 tot 6 weken en wordt u 5 keer per week bestraald. U krijgt per keer een aantal minuten een dosis straling.

Bestraling kan de volgende bijwerkingen geven: vaker plassen of blaasontsteking, buikkrampen, vermoeidheid en vervroegde overgang.
Een combinatie van inwendige en uitwendige bestraling kan leiden tot verklevingen en littekenweefsel in de top van de vagina. Hierdoor kan de vagina nauwer, korter en stugger worden.

Chemotherapie

Vaak krijgt u chemotherapie bij baarmoederhalskanker in combinatie met bestraling. Dit heet chemoradiatie. De chemotherapie versterkt het effect van de bestraling. U krijgt de chemokuur meestal één keer per week in de periode dat u dagelijks bestraling krijgt. Soms wordt dit gecombineerd met immunotherapie.

U kunt ook chemotherapie, eventueel gecombineerd met immunotherapie, krijgen om klachten te verminderen of de ziekte te remmen. Dit krijgt u vooral als de ziekte vergevorderd is.

Chemotherapie kan de volgende bijwerkingen geven: haaruitval, misselijkheid en overgeven, darmklachten, verhoogd risico op infecties en bloedingen, en vermoeidheid.

Hyperthermie

Bij een gevorderd stadium van baarmoederhalskanker kan een behandeling worden gegeven met hyperthermie in combinatie met bestraling. Hyperthermie is de behandeling van kanker met warmte. De tumor wordt verwarmd tot 40 à 45 °C. Zo worden de kankercellen gevoeliger voor andere behandelingen. Deze behandeling kan in Nederland alleen worden toegepast in Amsterdam en Rotterdam.

U krijgt hyperthermie meestal één keer per week, na de bestraling van die dag. De plek die is verwarmd, wordt 60 tot 90 minuten op de juiste temperatuur gehouden. U ligt die tijd in een speciaal apparaat.

Hyperthermie kan de volgende bijwerkingen geven: vermoeidheid en pijnlijke huid en spieren.

Doelgerichte therapie

Doelgerichte therapie wordt bij baarmoederhalskanker alleen gegeven bij uitgezaaide ziekte of als de ziekte is teruggekomen (recidief), tijdens of na chemotherapie. De behandeling gebeurt met bevacizumab: een medicijn dat de aanmaak van nieuwe bloedvaten remt.
Immunotherapie voor baarmoederhalskanker wordt in sommige gevallen gegeven in een gevorderd stadium.

Nazorg en controle

Na de behandeling van baarmoederhalskanker blijft u onder controle bij de gynaecoloog en/of radiotherapeut.
De controles richten zich vooral op het onderzoeken, bespreken en behandelen van mogelijke bijwerkingen en gevolgen van de behandeling. Ook verricht de arts lichamelijk onderzoek om te zien of de ziekte is teruggekomen.

Bij klachten zoals bloedverlies of onverklaarde pijnklachten kunt u contact opnemen met uw behandelend specialist.

Gevolgen

Kanker en de behandeling ervan hebben vaak een grote invloed op het dagelijks leven. Sommige gevolgen hebben met de ziekte zelf te maken. Anderen met de behandeling. Ook uw leeftijd en lichamelijke conditie spelen een rol.

Gevolgen, waar veel mensen met kanker mee te maken krijgen, zijn: vermoeidheid, geheugenverlies en concentratieproblemen, angst voor terugkeer van de ziekte en somberheid.

Ook kan de behandeling van baarmoederhalskanker de volgende specifieke gevolgen hebben:

Onvruchtbaarheid

De behandeling van baarmoederhalskanker heeft een grote kans op het ontstaan van onvruchtbaarheid.
Heeft u een kinderwens? Bespreek dit dan voor de behandeling met uw gynaecoloog. Er kan bekeken worden of er mogelijkheden zijn om de vruchtbaarheid te sparen voordat de behandeling start.

Vervroegde overgang

Als bij de operatie de eierstokken zijn verwijderd of als de eierstokken door bestraling niet goed meer werken, kan vervroegde overgang het gevolg zijn voor vrouwen die nog niet in de overgang waren. Hierdoor kunt u dezelfde klachten krijgen als bij de natuurlijke overgang: botontkalking, drogere vagina, nachtelijk zweten en opvliegers. Deze klachten kunnen behandeld worden met hormoonvervangende medicijnen. Voor botontkalking (osteoporose) kunt u ook nog andere medicijnen krijgen.

Seksualiteit

Door de ziekte en behandeling kan uw beleving van seksualiteit veranderd zijn. Het verlies van de baarmoeder en/of de eierstokken kan uw gevoel van vrouw-zijn beïnvloeden. De ene vrouw ervaart dat sterker dan de andere.

Ook kunnen lichamelijke gevolgen uw seksleven beïnvloeden, zoals een tekort aan geslachtshormonen, droge vagina en vermoeidheid. Bespreek deze klachten met uw arts en vraag eventueel een verwijzing naar een seksuoloog. Deze zorgverlener kan u helpen met klachten op seksueel gebied.

Plasproblemen

Na een operatie voor baarmoederhalskanker is het mogelijk dat het aandranggevoel om de plassen verminderd is. Sommige vrouwen moeten zichzelf catheteriseren. Ook kan het ophouden van de urine een probleem zijn.


Kanker.nl

Uitgebreide voorlichtingsinformatie kunt u lezen op www.kanker.nl. Deze website is een initiatief van KWF Kankerbestrijding, Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en de Nederlandse Federatie van Kankerpatiënten (NFK).

Op kanker.nl leest u uitgebreide informatie over baarmoederhalskanker.
https://www.kanker.nl/bibliotheek/baarmoederhalskanker/

In de online community kunt u lotgenoten ontmoeten, vragen stellen en kennis en ervaringen vinden of delen. Ook vindt u hier blogs van patiënten en naasten over hun ervaringen met baarmoederhalskanker (links in het menu kunt u filteren op kankersoort).
https://www.kanker.nl/blogs

Gevolgen van bestraling
https://www.kanker.nl/discussiegroepen/34-gevolgen-van-bestraling

Gevolgen van chemotherapie
https://www.kanker.nl/discussiegroepen/33-gevolgen-van-chemotherapie