Vulvakanker

Vulvakanker is kanker van de vulva. Een ander woord hiervoor is vulvacarcinoom. Dit kan ontstaan in de grote en de kleine schaamlippen of in andere delen van de uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen zoals de clitoris, de overgang van schaamlippen naar de vagina of de overgang van schaamlippen naar de anus.

Meestal ontstaat vulvakanker in de huidcellen van de vulva. Dit heet plaveiselcelcarcinoom.

Deze informatie gaat over het plaveiselcelcarcinoom.

Cijfers over vulvakanker

Per jaar krijgen zo’n 450 vrouwen in Nederland de diagnose vulvakanker. De meesten zijn ouder dan 60 jaar, maar het komt ook op jongere leeftijd voor.

Symptomen

Symptomen van vulvakanker kunnen zijn:

  • een zwelling of wondje dat niet dichtgaat of snel bloedt
  • aanhoudende pijn of een branderig gevoel
  • pijn of een branderig gevoel bij het plassen
  • bloedverlies

Deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben, maar zijn altijd een reden om naar de huisarts te gaan.

Risicofactoren

Er zijn twee belangrijke risicofactoren voor het ontstaan van vulvakanker. Dit zijn:

  1. Lichen sclerosus: een chronische aandoening van de huid van de vulva
  2. Een langdurige infectie met het Humaan Papillomavirus (HPV)

Deze risicofactoren kunnen zorgen dat er afwijkende cellen ontstaan in de huid. Deze cellen kunnen een voorstadium van vulvakanker zijn. Een voorstadium is een afwijking die nog geen kanker is, maar dat wel kan worden. Er zijn twee soorten voorstadia van vulvakanker:

  1. HPV-onafhankelijke (gedifferentieerde) Vulvaire Intra-epitheliale Neoplasie (dVIN). Dit komt voor bij vrouwen met lichen sclerosus.
  2. HPV-geassocieerde Hooggradige Squameuze Intra-epitheliale Laesie (HSIL). Dit komt door HPV.

Onderzoek en diagnose

Bij een vermoeden op vulvakanker verwijst de huisarts u naar een gynaecoloog.

Bij de gynaecoloog

In het ziekenhuis krijgt u de volgende onderzoeken:

  • lichamelijk onderzoek
  • biopsie (zo nodig)

Bij het lichamelijk onderzoek onderzoekt de arts de hele vulva zorgvuldig op afwijkingen. Meestal kijkt hij met een speculum (eendenbek) in de vagina naar de baarmoedermond. Zo nodig maakt hij een uitstrijkje.

Meestal is een biopsie nodig. De arts haalt onder plaatselijke verdoving een stukje weefsel (biopt) weg. Een patholoog onderzoekt het weggenomen weefsel onder de microscoop.

Blijkt uit deze onderzoeken dat u vulvakanker heeft? Dan is vaak een verwijzing nodig naar een gespecialiseerd centrum. Nederland heeft een aantal erkende gynaecologische-oncologische centra waar u terecht kunt voor de behandeling van vulvakanker. Het CGOA is zo’n centrum.

In een gespecialiseerd centrum

U krijgt meestal:

  • een echografie van de lymfeklieren in de liezen
  • een longfoto

Soms is extra beeldvormend onderzoek nodig, zoals:

  • CT-scan, MRI-scan of PET-scan

Stadiumindeling

Vulvakanker wordt ingedeeld in 4 stadia:

  1. de tumor groeit alleen in de vulva of perineum (het gebied tussen de vagina en anus)
  2. de tumor is doorgegroeid in het onderste deel van de plasbuis, de vagina of de anus
  3. als stadium I of II, maar nu zijn er ook lymfeklieruitzaaiingen in 1 of beide liezen
  4. de tumor is doorgegroeid in het bovenste deel van de plasbuis, de blaas, het schaambeen of de endeldarm (het laatste deel van de dikke darm), en/of er zijn uitzaaiingen in de lymfeklieren van het bekken en/of uitzaaiingen in andere delen van het lichaam

Deze stadiumindeling is belangrijk voor het bepalen van de behandeling en de prognose.

Uitzaaiingen

Uitzaaiingen ontstaan vaak eerst in de lymfeklieren in de lies en pas later in lymfeklieren in de buik of in andere organen, zoals longen of lever.

Behandeling

Is de diagnose vulvakanker gesteld? Dan zou u de volgende behandelingen kunnen krijgen:

  • operatie
  • bestraling, vaak in combinatie met chemotherapie
  • chemotherapie

Soms krijgt u een combinatie van deze behandelingen. Daarnaast is het soms mogelijk om deel te nemen aan een studie voor een behandeling in onderzoeksverband.

Uw behandelend arts bespreekt uw dossier met een team van gespecialiseerde artsen en verpleegkundigen. Dit heet een multidisciplinair overleg (MDO). De specialisten maken samen een behandelplan voor u. Zij gebruiken hiervoor landelijke richtlijnen. Het behandelplan wordt met u besproken en samen met uw behandelteam kunt u een weloverwogen besluit nemen.

Operatie

Een operatie bestaat vaak uit twee onderdelen, namelijk het verwijderen van de tumor van de vulva en het verwijderen van lymfeklieren uit de lies.

De gynaecoloog verwijdert de tumor van de vulva met een rand gezond ogend weefsel daaromheen. Door de tumor ruim weg te halen, is de kans groter dat alle kankercellen weggenomen worden. Hierdoor is het soms nodig om (delen van) de schaamlippen, de clitoris of een stukje van het uiteinde van de plasbuis te verwijderen. Dit laatste heeft vrijwel nooit invloed op het op kunnen houden van uw plas. Soms wordt er geopereerd samen met een plastisch chirurg, bijvoorbeeld om het wondgebied goed te kunnen sluiten.

Vaak worden ook lymfeklieren uit de lies of liezen weggenomen, omdat vulvakanker zich kan uitzaaien via de liesklieren. Dit kan het verwijderen van de poortwachtersklieren zijn (de lymfeklieren waarin mogelijke uitzaaiingen vanuit de tumor als eerste in terecht kunnen komen) of alle lymfeklieren van de lies. Afhankelijk van de plek van de tumor wordt aan 1 of beide liezen geopereerd.

Bestraling en/of chemotherapie

Bestraling kan worden gegeven als aanvulling op de operatie of als de vulvatumor is ingegroeid in de anus of plasbuis. In dat laatste geval krijgt u bestraling in plaats van een operatie. Vaak wordt dit gecombineerd met chemotherapie. Dit heet chemoradiatie.

Hoe vaak u bestraling krijgt en welk gebied precies wordt bestraald, verschilt per persoon en hangt onder meer af van de uitslagen van het weefselonderzoek.

Bestraling bij vulvakanker kan de volgende bijwerkingen geven: huidklachten van de vulva, liezen en bilnaad, diarree, blaasklachten en vermoeidheid.

Chemotherapie kan ook zonder bestraling worden gegeven, vaak in het geval van uitzaaiingen in de buik of in andere delen van het lichaam (stadium 4).

Chemotherapie kan de volgende bijwerkingen geven: haaruitval, misselijkheid en overgeven, darmklachten, verhoogd risico op infecties en bloedingen, en vermoeidheid.

Nazorg en controle

Na de behandeling van vulvakanker blijft u onder controle bij de gynaecoloog, eventueel in combinatie met de bestralingsarts of medisch oncoloog.
De controles richten zich vooral op het onderzoeken, bespreken en behandelen van mogelijke bijwerkingen en gevolgen van de behandeling. Ook verricht de arts lichamelijk onderzoek om te zien of de ziekte is teruggekomen.

Bij klachten van pijn of jeuk aan de vulva neem dan contact op met uw behandelend arts.

Gevolgen

Kanker en de behandeling ervan hebben vaak een grote invloed op het dagelijks leven. Sommige gevolgen hebben met de ziekte zelf te maken. Anderen met de behandeling. Ook uw leeftijd en lichamelijke conditie spelen een rol.

Gevolgen waar veel mensen met kanker mee te maken krijgen, zijn: vermoeidheid, geheugenverlies en concentratieproblemen, veranderingen in uw uiterlijk, angst voor terugkeer van de ziekte en somberheid.

Ook kan de behandeling van vulvakanker de volgende specifieke gevolgen hebben:

Lymfoedeem

Zijn er tijdens de operatie lymfeklieren uit de liezen verwijderd? Dan kunt u last krijgen van lymfoedeem in de benen. Dit is een opeenhoping van lymfevocht. U heeft dan meestal een zwaar, vermoeid, strak of pijnlijk gevoel in de benen. Later krijgt u zwelling van het been. Het is belangrijk om lymfoedeem zo vroeg mogelijk te behandelen. Het risico op lymfoedeem wordt groter als na de operatie uw liezen ook zijn bestraald.

Seksualiteit

Door de ziekte en behandeling kan uw beleving van seksualiteit veranderd zijn. Uw lichaam kan veranderd zijn. Uw vagina-ingang is mogelijk nauw of stug geworden. Dit kan geslachtsgemeenschap moeilijker of soms onmogelijk maken. Het gebied rond de vagina kan lang minder gevoelig zijn. Dit komt door de beschadiging van gevoelszenuwen in de huid. Door bestraling wordt de vagina minder vochtig als u opgewonden bent. Daardoor kan geslachtsgemeenschap pijnlijk zijn. Soms is (een deel van) de clitoris verwijderd, waardoor de seksuele beleving anders kan zijn. Bespreek seksuele klachten met uw arts en vraag eventueel een verwijzing naar een seksuoloog.


Kanker.nl

Uitgebreide voorlichtingsinformatie kunt u lezen op www.kanker.nl. Deze website is een initiatief van KWF Kankerbestrijding, Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en de Nederlandse Federatie van Kankerpatiënten (NFK).

Op kanker.nl leest u uitgebreide informatie over vulvakanker.
https://www.kanker.nl/bibliotheek/schaamlipkanker/

In de online community van kunt u lotgenoten ontmoeten, vragen stellen en kennis en ervaringen vinden of delen. Ook vindt u hier blogs van patiënten en naasten over hun ervaringen met vulvakanker (links in het menu kunt u filteren op kankersoort). https://www.kanker.nl/blogs

Gevolgen van bestraling
https://www.kanker.nl/discussiegroepen/34-gevolgen-van-bestraling

Gevolgen van chemotherapie
https://www.kanker.nl/discussiegroepen/33-gevolgen-van-chemotherapie